Wat zijn virussen en wat doen ze ons aan?

Inhoudsopgave

Bouw van een virus. Hoe gedragen virussen zich? Kans op infectie hangt af van intensiteit sociaal contact. Immuunsysteem is het afweersysteem. Macrofagen en lymfocyten (witte bloedcellen). Het coronavirus dat de ziekte COVID-19 veroorzaakt. Elektronenmicroscopische beelden van het coronavirus. Er zijn meer virussen dan sterren in het heelal.

Virussen zijn minuscule micro-organismen met een afmeting van slechts ’n tienduizendste mm. In een druppel zeewater kunnen er al meer dan 10 miljoen……..Het zijn de meest voorkomende biologische of misschien zelfs wel niet-biologische wezentjes op Aarde. Het enige doel dat ze hebben is, zich te vermenigvuldigen, maar daar hebben ze een slachtoffercel voor nodig…..

Gemiddeld zijn virussen 20 tot 30 nanometer groot, ongeveer 100 maal kleiner dan een bacterie.

1nm = ’n miljoenste mm      1μm = 1 micrometer = ’n duizendste millimeter.

Mould = schimmel       Yeast = gist           grootte van ’n virus = 10 duizendste mm 

Een virus is niets meer dan een eiwit pakketje met daarin wat genetisch materiaal. Soms zit er nog een membraan omheen, een zogenoemde envelop. Verder heeft een virus geen organellen, geen eigen stofwisseling en kunnen zich niet zelfstandig voortplanten. Doordat ze al deze eigenschappen missen, worden virussen door veel wetenschappers niet als levend organisme gezien.


Wat is een virus?

Bron: Maaike Borst. Journalist. Columnist. Dagblad van het Noorden.

Virussen zijn onlosmakelijk verbonden met het leven. En het enige doel dat virussen hebben is het verspreiden van het eigen erfelijk materiaal. Klinkt bekend? Inderdaad, alle levende organismen op aarde zijn voornamelijk hard bezig om hun erfelijk materiaal door te geven, om nakomelingen voort te brengen die zijn zoals zij zelf.

Bouw van een virus

Envelop is een extra buitenwand.
Spikes zijn uitsteeksels bestaande uit koolhydraat-eiwitcomplexen, die alleen passen op receptor-eiwitten van hun gastheercel.
Capside is de eiwitmantel
De Matrix bevat virale eiwitten

Er bestaan DNA- én RNA-virussen

DNA staat voor ‘deoxyribonucleic acid’, oftewel ‘desoxyribonucleïnezuur’
RNA staat voor ‘ribonucleic acid’, oftewel ‘ribonucleinezuur’
In cellen vind je verschillende typen RNA, met verschillende functies: mRNA (messenger) tRNA (transcript) en rRNA (ribosomaal, om een ​​ribosoom te vormen). Al deze verschillende typen hebben een rol in de productie van eiwitten op basis van informatie uit het DNA.

Virussen worden op basis van hun erfelijk materiaal ingedeeld en hoe dit is samengesteld: enkelstrengs RNA of dubbelstrengs DNA. Deze kenmerken bepalen ook hoe het virus zich vermeerdert in de gastheercel én of er aangrijpingspunten zijn voor de ontwikkeling van medicijnen.

DNA-virussen
Hierbij bestaat het erfelijk materiaal uit DNA. Na binnendringen gaat dit DNA naar de kern van de cel en vindt transcriptie van DNA naar mRNA plaats en kunnen er virale eiwitten gemaakt worden door translatie. Video Genetica-DNA-transcriptie-en-translatie. De cel schrijft vooral het virale DNA af en nauwelijks zijn eigen DNA. Behalve als dat DNA codeert voor eiwitten die het virus zelf nodig heeft bij het maken van het virale DNA. De meeste DNA-virussen zijn dubbelstrengs. Voorbeelden: adenovirussen, pokken, herpesvirussen (koortslip), Hepatitis B, Epstein-Barr (virus bekend van de ziekte van Pfeiffer).

RNA-virussen
Dit zijn de enige organismen waarbij het erfelijk materiaal uit RNA bestaat.
Bij de meeste RNA virussen wordt een kopie van het RNA gemaakt wat in een normale cel nooit gebeurt. Dit wordt  mogelijk gemaakt door een viraal enzym: RNA polymerase (RdRp), dat
bij het kopiëren van het RNA erg veel fouten maakt. De vraag is of dit erg is: het resultaat is dat alle nieuw gevormde virussen een andere mutatie hebben d.w.z. veranderd zijn dus verschillend. De meeste mutaties hebben echter geen invloed op de werking van het virus, en kunnen zelfs gunstig zijn voor het virus! Een verbeterde versie zoals beter bestand tegen de afweer van de gastheer of resistent tegen een antiviraal geneesmiddel. Deze voordelen wegen helaas ruimschoots op tegen de mislukte versies van het RNA-virus.

Retrovirussen
Dit zijn virussen die zich op ’n andere manier voortplanten: eerst dringt viraal RNA de gastheercel binnen. Naast het RNA wordt een DNA-keten gevormd, het RNA wordt afgebroken en het virale DNA wordt gerepliceerd, vaak met de nodige kopieerfouten. Het virale DNA, vaak met kopieerfouten, wordt ingebouwd in het DNA van de gastheercel. Bij transcriptie wordt viraal RNA gevormd en bij translatie ook virale eiwitten. Er komen dan vele virussen vrij uit de gastheercel.

DNA-virussen zijn waarschijnlijk ontstaan doordat een viruseiwit de halffabricaten van RNA kon omzetten naar die van DNA. Doordat DNA veel stabieler was dan RNA, waren de DNA-virussen in het voordeel in vergelijking tot RNA-virussen. Deze virussen hebben waarschijnlijk het RNA van een gastheer ‘per ongeluk’ omgezet in DNA. DNA was hierna een back-up voor de genetische informatie. Dit gaf die gastheer een evolutionair voordeel, want als zijn onstabiele RNA uit elkaar was gevallen, maakte hij gewoon nieuwe met zijn DNA-backup. Bron: Natuurinformatie

LUCA en virussen | Op zoek naar de klepel
Onze laatste gemeenschappelijke voorouder (LUCA: last universal common ancestor) zou niet een bacterie zijn, maar een protoeukaryote cel. Deze hypothetische cel bevatte een kern met RNA.

Er bestaat dus een zogenoemde RNA-wereld hypothese, waarin er ooit zowel polymeren als ribozymen bestonden, beide opgebouwd uit RNA.

  • Een polymeer is een organische verbinding waarvan de moleculen bestaan uit een opeenvolging van identieke, of soortgelijke, delen die chemisch aan elkaar zijn gekoppeld.
  • Ribozymen zijn RNA-moleculen die een katalytische (versnellende) rol speelt in een biochemische reactie.

De RNA-wereld lijkt weer een stukje waarschijnlijker

RNA is enkelstrenging, maar kan, net als DNA, informatie opslaan. Daarnaast is RNA ook in staat als enzym te fungeren. Die functies hebben nu de eiwitten. Daarnaast ontdekten onderzoekers dat RNA de kern is van verschillende moderne enzymen die wezenlijk zijn voor het leven, zoals het ribosoom dat de eiwitten produceert. In de RNA-wereld regelde RNA zowel de genetica (in feite de overdracht van informatie) als de biochemie in cellen.
Als dat klopt dan moet RNA zichzelf kunnen kopiëren om nieuwe cellen van de informatie te kunnen voorzien
. Bron: Alles over synbio

Maar : RNA-wereld-hypothese-klopt-niet bron: Visionair

Aanhangers van de RNA-wereld hypothese namen een aantal dingen aan over de evolutionaire oorsprong van het ribosoom. Deze aannames bleken niet te kloppen, bleek uit het onderzoek van zijn groep. De belangrijkste foutieve aanname: het deel van het ribosoom dat verantwoordelijk is voor het opbouwen van eiwitten,  het peptidyl transferase centrum (PTC), is helemaal niet het oudste deel van het ribosoom, zoals gedacht. Transferasen zijn eiwitten (enzymen) die delen van chemische verbindingen overgedragen. Evolutionair gezien bleek het PTC zich pas gevormd te hebben, vlak nadat de twee primaire subonderdelen van het ribosoom aan elkaar waren gaan zitten (met RNA-ketens ertussen). Dit was een sterke aanwijzing dat eiwitten al bestonden voor ribosomale RNA’s actief werden

Hoe gedragen virussen zich?

Virussen-vriend-of-vijand

A-virus-attacks-a-cell.

Virussen hebben een “gastheer-cel” nodig om zich te kunnen voortplanten. Ze zijn in feite op zoek naar een slachtoffer-cel. Zich vermenigvuldigen doet een virus namelijk door een bacteriële, plantaardige of dierlijke cel te kapen om te kunnen penetreren oftewel de cel met hun eigen RNA te infecteren. In dit RNA bevinden zich alle ­instructies die nodig zijn om nieuwe viruseiwitten te ­produceren. Een virus heeft een aantal heel grote uitsteeksels – S-eiwitten of spikes, waarmee het virus zich kan binden aan eiwitten op de “gastheer-cel”. Het coronavirus hecht – net als het SARS-virus – aan ACE2, een eiwit dat voorkomt op de cellen van de luchtwegen.

Eiwitten op het oppervlak van een “gastheer-cel” werken ongeveer hetzelfde als een slot: zonder sleutel gebeurt er niets en blijft de cel dicht. Het S-eiwit, een spike, van het coronavirus past precies op het ACE2-eiwit. Door deze connectie tussen de spikes van het virus en de receptoren van de cel, accepteert de cel het genetisch materiaal van de virus. Hierdoor kan het RNA van de kaper rechtstreeks geïnjecteerd worden. De meeste virussen gaan letterlijk een stapje verder: door de connectie gaat de cel open en het virus kan in z’n geheel naar binnen.

How-do-viruses-reproduce.

Eenmaal in de cel gedraagt een virus zich als een computervirus. Het erfelijk materiaal van het virus werkt als een kwaadaardige boodschap die de cel herprogrammeert. Het maakt vervolgens misbruik van de aanwezige ‘kopieermechanismen’ om zijn eigen genetisch materiaal te kopiëren. Nadat het virus zich meerdere malen heeft verdubbeld, valt de slachtoffercel uiteen en komen er vele tientallen verdubbelde virussen vrij. Nieuwe virusdeeltjes verlaten de oorspronkelijke cel om op zoek te gaan naar een eigen slachtoffer. De oorspronkelijke cel sterft en dat zorgt voor schade. Bij luchtweg­virussen, zoals het coronavirus, is die schade vaak te herstellen. Cellen in de luchtwegen delen zich en dus kunnen nieuwe cellen de functie van de gedode cellen overnemen.

De ernst van een virusinfectie wordt bepaald door verschillende factoren in het lichaam. De beschikbaarheid van de receptor waaraan het virus moet binden, speelt daarbij letterlijk een sleutelrol. Maar ook de omgeving waarin het ­virus terecht komt is cruciaal. De bovenste lucht­wegen (neus en keel) zijn echt een andere omgeving dan de onderste luchtwegen (longen). In de ­bovenste luchtwegen is de temperatuur ’n paar graden lager dan in de longen. Sommige virussen, zoals het griepvirus, kunnen zich goed vermeerderen bij een lagere temperatuur.

Kans op infectie hangt af van intensiteit sociaal contact.

De kans op een influenza-infectie (van “gewone” griepvirus) is sterk afhankelijk van de intensiteit van sociale contacten. De kans op besmetting is het grootst in besloten, drukbezochte ruimten, zoals kantoor, openbaar vervoer, school en kinderdagverblijven. Mensen die in een groot huishouden wonen hebben meer kans met het virus in aanraking te komen dan mensen in een klein huishouden.

Het overbrengen van het influenzavirus (transmissie) loopt via druppels of vernevelde deeltjes in de lucht én via lichamelijk contact. De druppels kunnen zich op de slijmvliezen van de mond en de neus afzetten als ze worden ingeademd, hoewel ze te groot zijn om de longen te bereiken. De vernevelde deeltjes zijn kleinere deeltjes die ook de onderste luchtwegen kunnen bereiken. Bij transmissie via direct contact wordt het virus via een besmet voorwerp of persoon overgebracht op de slijmvliezen van de bovenste luchtwegen. Influenzavirus kan enkele uren tot meerdere dagen op oppervlakken buiten het lichaam overleven. De incubatietijd voor influenza is 1 tot 5 dagen, met een gemiddelde van 3-4 dagen.

Een goede fysieke weerstand verkleint de kans om geïnfecteerd te worden. Met andere woorden zorg dat je immuunsysteem op peil blijft.

Immuunsysteem is het afweersysteem

Het immuunsysteem is het systeem van het lichaam dat ervoor zorgt dat bacteriën, virussen, parasieten en andere micro-organismen geen schade kunnen toebrengen aan organen en weefsels. Het immuunsysteem kan worden onderverdeeld in een aspecifiek (aangeboren) en adaptief (verworven) deel.

  • Het aspecifieke deel is snel werkzaam, maar minder specifiek voor de ziekteverwekker (pathogeen).
  • Het adaptieve deel daarentegen past zich aan het pathogeen aan; dit kost tijd, maar zal uiteindelijk een sterkere afweer worden. Bovendien is het lichaam daarna vaak langdurig beschermd tegen dit pathogeen.
Hoe-werkt-mijn-immuunsysteem?

Het immuunsysteem kan worden onderverdeeld in een adaptief (verworven) en een aspecifiek (aangeboren) deel. Het adaptieve, trage deel past zich aan de pathogeen (ziekteverwekker) aan, maar zal uiteindelijk een sterke afweer worden. Als je besmet bent met een pathogeen en je overleeft het, dan ben je de rest van je leven meestal immuun voor deze specifieke pathogeen. Dit gegeven ligt ten grondslag aan vaccineren. Het aspecifieke, aangeboren deel is direct werkzaam, maar minder specifiek voor de ziekteverwekker en kan de afweer soms maar weinig op  gang brengen.  Het lichaam heeft een aantal middelen paraat staan om bacteriën en andere boosdoeners buiten de deur te houden:

Als eerste is de huid hier een belangrijk onderdeel van. Dit komt doordat de huid een sterke barrière voor ziekmakers die het lichaam in willen dringen. De huid houdt dus de meeste ziekmakers tegen. Een aantal plaatsen zijn echter niet afgeschermd: mond, neus, ogen,… maar daar zorgen trilhaartjes of traanvocht voor de nodige hindernissen.

Ook onze darmen zijn belangrijk in het immuunsysteem. Voor het optimaal functioneren van het immuunsysteem is een goede darmflora noodzakelijk. De darmflora heeft veel verschillende functies in ons lichaam. Het biedt bescherming tegen pathogenen (ziektekiemen). De darmflora creëert een milieu waarin pathogenen zich niet thuis voelen. Ook voedselvertering is een belangrijke functie van de darmflora. Wanneer de darmflora optimaal is vormt deze een laag in de darmen die optimale bescherming biedt voor het binnendringen van pathogenen.

Darmen: de-werking-van-het-immuunsysteem
Hierin is ook te zien wanneer het immuunsysteem overactief is en er een auto-immuunziekte kan ontstaan. Dit betekent dat het immuunsysteem zich tegen het lichaam zelf keert.

Symptomen voor een mogelijk verzwakt immuunsysteem:

  • Vermoeidheid
  • Allergieën, astma en eczeem
  • Vatbaar voor infecties
  • Wondjes genezen langzaam
  • Vaak verkouden
  • Kans op auto-immuunziekten
  • Veel stress
  • Droge slijmvliezen zoals een droge neus en droge ogen
  • Geen goede ontlasting
  • Verhoging, maar geen koorts
  • Huidproblemen en uitslag

Door goed voor jezelf te zorgen kan het immuunsysteem versterkt worden:

  • Verse dierlijke vetten uit vlees en vis (zelf ben ik vegetariër)
  • Koudgeperste oliën: olijf-, noten- of zadenolie 
  • Uien en knoflook
  • Koud geperste groentesappen of het vocht na het koken van groenten
  • Verse kruiden, bijvoorbeeld peterselie, dille, koriander, lente-ui en bieslook
  • Zwemmen in schone en natuurlijk wateren zoals meren, rivieren en de zee
  • Buiten bewegen in de frisse lucht
  • Verstandig genieten van de zon

Om je immuunsysteem tegen te werken moet je vooral deze 10 dingen doen:

  1. Suiker eten en zelfs alles waar suiker in zit
  2. Bewerkte koolhydraten eten, zoals koek, suikers in ontbijtgranen en veel pasta
  3. Bewerkte vetten, zoals margarine en vloeibare bakvetten gebruiken
  4. Vooral geen goede eiwitten gebruiken uit vis, eieren, noten en zaden
  5. Niet bang zijn van chemicaliën zoals pesticiden
  6. Je veel blootstellen aan straling van computers, wifi, tv en telefoon
  7. Medicijnen gebruiken zoals antibiotica, antidepressiva en pijnstillers
  8. Niet of nauwelijks in de frisse lucht zijn en niet teveel bewegen
  9. Zonlicht mijden
  10. In een steriele omgeving leven waardoor je te weinig contact hebt met micro-organismen

Macrofagen en lymfocyten (witte bloedcellen)

macrophage-cytokine-release.
Cytokinen zijn signaalmoleculen

Ondanks alle fysieke belemmeringen, slagen micro-organismen er soms toch in ons lichaam binnen te dringen. Gelukkig beschikken we over een bijzonder agressief korps aan cellulaire verdedigers om indringers aan te vallen en te vernietigen. De belangrijkste componenten daarvan zijn macrofagen en witte bloedcellen (lymfocyten). Macrofagen vernietigen lichaamsvreemde micro-organismen. Ze stormen af op elke indringer en vernietigen hem onmiddellijk. Witte bloedcellen werken specifieker.

De bescherming tegen één micro-organisme werkt uitsluitend voor dat micro-organisme, niet voor een ander. Ons immuunsysteem heeft ook een geheugen. Eén enkele blootstelling aan een ziekteverwekker kan leiden tot een bescherming voor enkele maanden of zelfs jaren. Na een eerste blootstelling wordt de bescherming versterkt tegen een tweede infectie van hetzelfde micro-organisme. Tegen dit lichaamsvreemd deeltje worden specifieke antilichamen (bepaalde eiwitten) aangemaakt. Het antilichaam herkent de indringer en gaat een specifieke binding vormen. Op één antigen past één soort antilichaam (antistof). Een antigen is een lichaamsvreemd, niet-eigen, macromolecuul. Het kan alleen een reactie van het afweersysteem opwekken als het of zelf voldoende groot is of als het door binding aan een ander molecuul, bijvoorbeeld een eiwit, groot genoeg wordt om een antistof-reactie op te wekken.

Deze binding kan enerzijds de levenscyclus van een vreemde indringer, zoals een virus, blokkeren waardoor het zich niet meer kan vermenigvuldigen. Anderzijds geeft de binding ook een signaal aan de macrofagen om de indringer op te ruimen en te vernietigen.

Auto-immuunziekte.

Als je immuunsysteem infecties opruimt, krijg je ontstekingsverschijnselen zoals koorts, zwellingen, roodheid en een pijnlijk gevoel. Koorts betekent meestal dat je afweersysteem een ziekteverwekker aan het bestrijden is. Het opruimen van lichaamseigen overbodig geworden celresten gebeurt voortdurend. Wanneer het immuunsysteem zich tegen het lichaam keert, is er sprake van een auto-immuunziekte: bij het opruimen van lichaamseigen celresten gaat er iets verkeerd. Dit gebeurt bijvoorbeeld als goed werkende cellen worden opgeruimd.

Het coronavirus dat de ziekte COVID-19 veroorzaakt.

Coronavirus-breakthrough-scientists-grow-virus-in-lab-paving-way-for-vaccine.
Alle zwarte stippen zijn coronavirussen. Vele duizenden malen uitvergroot, want er passen zo’n 10.000 virussen in een millimeter! (zie verderop)
Zo-ging-het-corona-virus-de-wereld-over.
Zijn-wij-wel-goed-voorbereid-op-een-pandemie-zoals-het-coronavirus?

Symptomen corona

Koorts, droge hoest en kortademigheid zijn verreweg de meest voorkomende symptomen bij een besmetting van het COVID-19 virus. Corona zonder koorts komt ook wel voor, maar gemiddeld in slechts iets meer dan 10 procent van de gevallen. De klachten bij het coronavirus beginnen gemiddeld 5 tot 6 dagen na besmetting, maar soms ook wel tussen de 2 en 14 dagen.

Hoe loop je een besmetting op?

Je loopt een besmetting in de meeste gevallen op door rechtstreeks contact met een besmette persoon. Wanneer die hoest en niest, kunnen grote druppels of nevels beladen met virusdeeltjes in je neus, mond en slijmvliezen belanden. Je kan ook een infectie oplopen wanneer je een besmet persoon de hand schudt of wanneer je voorwerpen aanraakt waarop druppeltjes van die besmette persoon met het virus zijn beland.

Hoe beperk je het risico? 

De beste manier om een besmetting te voorkomen is vooral zorgen dat je immuunsysteem op peil is!!!! Zorg voor schone handen en was die regelmatig én houdt 1.50 meter afstand. Echter o.a. in verpleeg- en verzorgingscentra, is het onmogelijk deze afstand tot de bewoners in acht te nemen. Ofschoon je er eigenlijk van uit moet gaan, dat jezelf en iedereen die je tegenkomt potentieel besmet is.  Want niet iedereen die besmet is wordt ziek, maar wie besmet is kan wel het virus doorgeven. 

Heeft een masker dragen zin? 

Voor wie niet besmet is, heeft het dragen van een gewoon masker weinig zin. Alleen specifieke hoogfiltratiemaskers – type FFP2 of FFP3 – filteren de lucht die je inademt en beschermen de dragers. Maar door een internationaal tekort aan deze maskers worden ze voorbehouden aan artsen en verzorgend personeel, die rechtstreeks contact hebben met positief geteste personen. Wie besmet is moet wél een masker dragen om zijn omgeving niet te besmetten. Belangrijk daarbij is dat er geen uitblaasventiel op zit, want dan blaas je het virus net uit.

Wie loopt het grootste risico ernstig ziek te worden?

  • Zoals zo vaak bij infectieziekten bepaalt de mate waarin je immuunsysteem reageert op de besmetting hoe ziek je wordt.
  • Belangrijk om daarbij in het achterhoofd te houden, is dat in meer dan 80 procent van de infecties de gevolgen beperkt blijven tot milde symptomen. 

Ouderen en in het bijzonder tachtigplussers behoren tot de risicogroepen waarbij de ziekte ernstiger verloopt. Vanaf de leeftijd van 80 is ook het risico op overlijden het hoogst.

Naast ouderen behoren patiënten die belast zijn met bepaalde andere ziektes tot de risicogroepen. Uit een groot aantal epidemiologische gegevens blijkt dat een derde van de patiënten cardiovasculaire problemen (hart en vaatziekten) heeft , diabetes en/of een hoge bloeddruk. Op basis van wat onderzoekers tot op heden weten, lijken kinderen geen echte risicogroep te vormen. Kinderen kunnen echter het virus wél oplopen en ook doorgeven zonder zelf symptomen te vertonen.

In tegenstelling tot de gewone griep zijn er nog geen aanwijzingen dat zwangere vrouwen een ernstiger verloop kennen. Maar omdat een zwangerschap gepaard gaat met een relatieve onderdrukking van het immuunsysteem, krijgen zwangere vrouwen wel de raad om extra waakzaam te zijn voor een besmetting en zich na contact met een bevestigde patiënt te laten testen.

Hoe-voorkom-je-verspreiding-van-virussen-als-griep-en-het-coronavirus.
Ga ervan uit, dat jezelf besmet kunt zijn. Bij een hoest- of niesbui kunnen wel 10 miljard virusdeeltjes verspreid worden.

Handen wassen en/of desinfecterende handgel
Hierom-werken-mondkapjes-niet-tegen-corona.

Elektronenmicroscopische beelden van het coronavirus.

What-the-coronavirus-looks-like-up-close
Deze elektronenmicroscopische opname toont de COVID-19-virus(geel) – geïsoleerd van een patiënt in de VS, dat tevoorschijn komt uit het oppervlak van in labortorium gekweekte cellen (blauw / roze) . Credit NIAID-RML

Er zijn meer virussen dan sterren in het heelal.

Zo’n 70% van alle virussen die mensen ziek maken, is afkomstig uit het dierenrijk.
Mazelen, een virusinfectie, wordt veroorzaakt door een luchtwegvirus, dat vooral kinderen treft. Het uit zich als een lichaamsbedekkende laag van wondjes en blaren. Als je de mazelen al eens doorstaan hebt, kun je de mazelen niet nog eens krijgen. Als je gevaccineerd bent tegen de mazelen, is er een kleine kans dat je alsnog mazelen krijgt. Toch zijn er nog regelmatig uitbraken, ook in Nederland, met name in regio’s met een lage vaccinatiegraad. Dit zijn vooral regio’s waar mensen vanwege religie of overtuiging geen vaccinatie wensen. Dit geldt ook voor de jaarlijkse griepvaccinatie.

Waterpokken zijn ook het gevolg van een virusinfectie. Wat veel mensen niet weten, is dat je dit virus de rest van je leven met je meedraagt. Op oudere leeftijd kan dit virus weer de kop opsteken in de vorm van gordelroos.  Spaanse griep (1918-1920), ­veroorzaakt door influenza A/H1N1. Wereldwijd 500 miljoen besmettingen en 50 tot 100 miljoen doden.
Sars (2002-2003), veroorzaakt door een andere soort coronavirus. Wereldwijd ruim 8000 besmettingen en bijna 800 doden.
Mexicaanse griep (2009-2010), ­veroorzaakt door influenza A/H1N1. Naar schatting raakte 11 tot 21 procent van de wereldbevolking besmet en vielen er bijna 300.000 doden.
Ebola (2013-2016), veroorzaakt door het ebolavirus. Bijna 30.000 besmettingen (vooral in West-Afrika) en ruim 11.000 doden. Het hiv-virus (humaan immunodeficiëntievirus) veroorzaakt aids.

Jenner en de koepok-inenting (1798)
Duizenden jaren teisterden pokken de mensheid. Waarschijnlijk dook de ziekte zo’n 10.000 jaar voor Christus op, toen de eerste nederzettingen in het noordoosten van Afrika werden gebouwd. De Britse arts Edward Jenner maakte met een wonderlijke uitvinding een einde aan de kwelling: een vaccin.
Middeleeuwse oorzaken en behandelingen van de pest
In 1347 kwam een besmettelijke ziekte naar West-Europa. Toen de ziekte was uitgeraasd in 1351 waren 25 miljoen mensen in West-Europa gestorven.

In oktober 1347 arriveerden Genuese schepen op Sicilië. De schepen kwamen uit De Krim en tijdens de tocht was een groot deel van de bemanning en de passagiers slachtoffer geworden van een dodelijke ziekte: de pest. Via het Middellandse Zeegebied bestormde de pest, later ook de Zwarte Dood genoemd, het Europese continent om in minder dan vijf jaar een derde tot de helft van de bevolking weg te vagen. Niemand was veilig voor deze ziekte, ongeacht maatschappelijke positie of genomen voorzorgsmaatregelen. Wereldwijd maakte de pest een geschatte 75 tot 100 miljoen dodelijke slachtoffers. In Europa duurde het tot ongeveer het jaar 1600 voordat het bevolkingspeil van begin veertiende eeuw weer bereikt was.

De pest inspireerde wél tot daden van medemenselijkheid en heroïek. En uiteindelijk werd in deze periode de basis gelegd voor de Renaissance, voor het nieuwe Europa.

De Zwarte Dood in Vlaanderen en Europa……Epiloog: Het onderzoek naar de economische gevolgen van de Zwarte Dood, en de politieke reactie daarop, openbaarde ons een wereld die soms akelig dichtbij lijkt. De economische dynamiek die de Zwarte Dood op Europa los liet, en de verwoede pogingen van politici om haar in te dijken, kent immers tal van raakvlakken met kwesties die brandend actueel zijn. Net zoals vandaag werden ook toen al de lonen van werknemers door de overheid bevroren. Ook toen al ging een gestage inflatie met de koopkracht van de burger aan de haal. Ook toen al was er sprake van ongecontroleerde migratie, die een onvoorziene impact zou hebben op de arbeidsmarkt en op de lonen. Ook toen al werd massaal geld bijgedrukt, waardoor de inflatie nog werd aangewakkerd. Er is niets nieuws onder de zon. De meest opvallende parallel is ongetwijfeld het inherente onvermogen van de politieke macht om de ‘invisible hand’ van de economie fundamenteel bij te sturen. De elitaire pogingen om ‘de staat van oorlog aan de pest’ te herstellen bleken immers bij voorbaat futiel. Het primaat van de economie wordt daardoor eens te meer bevestigd als historische wetmatigheid door de tijd heen, of, zoals een Amerikaans president het ooit plastisch verwoordde: “It’s the economy, stupid” Ook nu weer door ene Amerikaanse president….

Ontstaan-Renaissance.pdf……..de veertiende eeuw werd ook geplaagd door pestepidemieën. Tussen 1347 en 1351 stierven in Europa circa 25 miljoen mensen aan de pest. Door deze sterfte ontstond er in veel ambachten een te kort aan arbeiders. Dit leidde tot de invoering van veel nieuwe technieken. Rond 1450 ontdekte men , de kunst om met losse letters boeken te drukken. De uitvinding van de boekdrukkunst maakte het mogelijk om nieuwe denkbeelden snel te verspreiden. Kunstenaars en geleerden elders in Europa konden nu eenvoudig kennisnemen van de Renaissance. Vanaf de 16e eeuw verschoof het centrum van kunst en wetenschap zich naar West-Europa.

Wat een geniale roman uit 1929 ons leert over corona
van de Zwitserse schrijver Charles-Ferdinand Ramuz
‘De Pest’ van Albert Camus.
Het verhaal speelt zich af in de Algerijnse stad Oran. Op zeker moment wordt de stad van de buitenwereld afgesloten. Camus beschrijft de evolutie van de menselijke reacties bij het voortschrijdende onheil: van aanvankelijke onverschilligheid, over ontkenning naar wanhopige bestrijding en ten slotte berusting. Als eindelijk, na bijna een jaar, hulp komt vanuit Parijs, loopt het aantal doden terug en wordt de quarantaine (van 40 dagen….quarante jours) opgeheven. Ondanks het verschrikkelijke drama eindigt het verhaal met een zekere opluchting en feeststemming.

De geschiedenis schijnt zich te herhalen. Ook nu weer, met het uitbreken en de pandemieverschijnselen ten gevolge van het Coronavirus zien we in 2020 opnieuw daden van medemenselijkheid en heroïek. Deze pandemie zal verstrekkende gevolgen (kunnen) hebben. Er zal op vele terreinen een verandering plaatsvinden. Allereerst in de tot voor kort ondergewaardeerde zorg en het onderwijs. Verder in diverse takken van cultuur, theater, horeca, de hele reisbranche als gevolg van de ‘anderhalve meter afstand’.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.